Enquête oppositie 2010
 

Het talenregime

 
In een oppositieprocedure kan het voorkomen dat partijen niet dezelfde taal beheersen. Dit geldt al voor partijen van binnen de Benelux, maar uiteraard nog in versterkte mate wanneer partijen van buiten de Benelux bij de oppositie zijn betrokken. Om ervoor te zorgen dat partijen elkaars argumenten en de beslissingen van het BBIE in zo’n geval toch kunnen begrijpen, is bij invoering van de oppositieprocedure gezocht naar een systeem (regels 1.20 t/m 1.24 UR) dat de nodige flexibiliteit biedt.

Kort gezegd komt het nu bestaande systeem op het volgende neer. De proceduretaal is een van de twee talen van het BBIE: het Nederlands of het Frans. De taal van verweerder is daarbij doorslaggevend (bij Beneluxdepots is dit de taal van het depot, bij internationale depots de taal die verweerder kiest), tenzij partijen een gezamenlijke keuze voor de andere taal maken. Ondanks de vaststelling van de proceduretaal kunnen partijen van de andere van de twee talen gebruik maken. In dat geval kan het BBIE (op kosten van de partij die de andere taal gebruikt) een vertaling verzorgen. Verder kunnen partijen er gezamenlijk voor kiezen om hun argumenten in het Engels uit te wisselen. De beslissing wordt echter altijd genomen in de proceduretaal (het Nederlands of Frans) en desgewenst in één van deze twee talen vertaald. Stukken ter ondersteuning van argumenten of om gebruik van een merk aan te tonen, kunnen in hun oorspronkelijke taal worden ingediend en worden in aanmerking genomen wanneer het BBIE oordeelt dat ze voldoende begrijpelijk zijn.

Een voorbeeld:
De oppositie is gericht tegen een Beneluxdepot. Het betwiste depot is in het Frans en opposant is Nederlandstalig. Frans is dus de proceduretaal, tenzij partijen samen besluiten dat de proceduretaal Nederlands wordt. Dat laatste gebeurt in dit voorbeeld niet en partijen worden het ook niet eens over het gebruik van het Engels. Hoewel de proceduretaal in deze oppositie Frans is, kan opposant toch zijn argumenten in het Nederlands indienen. Het Bureau verzorgt dan, als verweerder dat wil, een vertaling in het Frans en de kosten daarvan komen voor rekening van opposant. Verweerder zal in dit geval normaal gezien zijn argumenten in het Frans indienen en als opposant wil dat het BBIE deze in het Nederlands vertaalt, komen de kosten daarvan ook voor zijn rekening. Partijen kunnen dus (als zij dat willen) elk hun eigen taal gebruiken. Vertaling door het BBIE is optioneel en de kosten ervan komen altijd voor rekening van de partij die de andere taal dan de proceduretaal gebruikt of vertaling daarin wenst. Overigens zijn de eerste vier pagina’s van de vertaling gratis, dus is er pas sprake van kosten als de argumenten langer zijn.

Nog een voorbeeld:
De oppositie is gericht tegen een internationaal depot. Opposant is Nederlandstalig, verweerder is een bedrijf uit de VS. Verweerder moet kiezen welke proceduretaal hij wil (Nederlands of Frans) en kiest voor het Frans. Partijen zijn het erover eens om hun argumenten uit te wisselen in het Engels. De beslissing van het BBIE is echter in de proceduretaal (Frans) en als opposant een vertaling in het Nederlands wil, kan hij het BBIE (tegen betaling) om een vertaling vragen.